Studietoelage berekenen: hoeveel krijgt u in 2026-2027?
Voor academiejaar 2026-2027 ligt de studietoelage hoger onderwijs tussen € 343,20 (de minimumtoelage) en € 5.311,19 (de volledige toelage) voor een kotstudent, of € 3.187,74 voor wie niet op kot gaat. Alleen de uitzonderlijke studietoelage ligt hoger (zie de tabel). Die bedragen gelden voor 60 studiepunten. Waar u tussen die bedragen uitkomt, hangt af van het referentie-inkomen van uw gezin en van het aantal punten van uw leefeenheid.
Hieronder staan de stappen van vlaanderen.be om het zelf uit te rekenen. De uitkomst is indicatief en geen advies: de dienst Studietoelagen beslist.
Bedragen 2026-2027 (voor 60 studiepunten)
| Studietoelage | Op kot | Niet op kot | Ter vergelijking 2025-2026, op kot | 2025-2026, niet op kot |
|---|---|---|---|---|
| Minimumtoelage | € 343,20 | € 343,20 | € 332,24 | € 332,24 |
| Volledige studietoelage | € 5.311,19 | € 3.187,74 | € 5.141,52 | € 3.085,91 |
| Uitzonderlijke studietoelage | € 7.150,80 | € 4.625,87 | € 6.922,36 | € 4.478,09 |
Als kotstudent geldt u als u een huurcontract kunt voorleggen van 8 maanden bij een opleiding van een volledig academiejaar, of van 4 maanden bij een opleiding van een semester. De andere voorwaarden voor kotstudenten staan op vlaanderen.be.
Stap 1: de punten van uw leefeenheid
De dienst Studietoelagen rekent de punten zelf uit, met de gezinssituatie op 31 december van het academiejaar. Zelf tellen gaat zo:
- een startpunt, dat één keer meetelt voor de hele leefeenheid (niet per student);
- een punt voor elke persoon die fiscaal ten laste is;
- een punt voor elke student hoger onderwijs vanaf de tweede in uw gezin (bij 3 studenten hoger onderwijs komen er dus 2 punten bij);
- een punt voor elke persoon met een erkende handicap in uw gezin (de criteria staan bij de bron);
- hoogstens 1 minpunt per leefeenheid, bijvoorbeeld als iemand met wie de ouder samenwoont een eigen inkomen heeft.
Dezelfde persoon kan voor meer dan één punt tellen. De twee voorbeelden van vlaanderen.be:
- Ouder met 2 kinderen (waarvan 1 in secundair onderwijs, 1 in hoger onderwijs): 1 startpunt - de kandidaat heeft het statuut van student ten laste van de ouder; 2 punten - 2 kinderen fiscaal ten laste van de onderhoudsverstrekker. Totaal: 3 punten.
- Ouders met 3 kinderen (waarvan 2 in hoger onderwijs, 1 in secundair onderwijs), 1 van de ouders heeft een handicap: 3 punten - 3 kinderen fiscaal ten laste van de onderhoudsverstrekkers; 1 punt - 2 personen in het gezin in het hoger onderwijs; 1 punt - 1 persoon in het gezin met een handicap. Totaal: 6 punten.
Stap 2: uw referentie-inkomen
Normaal telt het inkomen van het laatste aanslagbiljet, van 2 jaar vóór het academiejaar. Voor academiejaar 2026-2027 is dat het inkomen van 2024 (aanslagjaar 2025). U hoeft geen inkomstenattesten te bezorgen: de dienst Studietoelagen haalt de gegevens op bij de Vlaamse Belastingdienst.
- Is het gezinsinkomen gedaald tegenover 2024, dan kunt u vragen om rekening te houden met het inkomstenjaar 2026. Dat laat u zelf weten via het Digitaal Loket Studietoelagen, vóór 31 december 2027.
- Wijzigt uw gezinssituatie, dan kan een ander jaar gelden; er wordt dan gerekend met een vermoedelijk inkomen.
- Van de ontvangen alimentatie telt 80% mee.
- Hebt u onroerende goederen waarin u zelf niet woont, met een geïndexeerd kadastraal inkomen hoger dan € 1.250, dan volgt een test op het kadastraal inkomen. Is dat inkomen te hoog in verhouding tot uw gezinsinkomen, dan is er geen studietoelage, ook al ligt uw referentie-inkomen onder de maximumgrens.
Stap 3: de grenzen voor uw aantal punten (2026-2027)
| Punten in de leefeenheid | Minimumgrens | Maximumgrens |
|---|---|---|
| 0 | € 10.449,55 | € 23.033,45 |
| 1 | € 18.884,15 | € 34.017,98 |
| 2 | € 21.836,29 | € 42.617,59 |
| 3 | € 24.319,78 | € 49.482,95 |
| 4 | € 25.819,30 | € 56.926,42 |
| 5 | € 27.303,22 | € 66.104,24 |
| 6 | € 28.787,05 | € 72.319,14 |
| 7 | € 30.270,91 | € 75.643,45 |
| 8 | € 31.754,77 | € 78.967,71 |
| 9 | € 33.238,63 | € 82.364,17 |
| 10 | € 34.722,49 | € 85.977,52 |
| 11 | € 36.206,43 | € 89.157,29 |
| 12 | € 37.690,25 | € 92.698,29 |
| 13 | € 39.174,12 | € 96.022,60 |
| 14 | € 40.658,05 | € 99.419,14 |
| 15 | € 42.141,86 | € 102.815,57 |
| 16 | € 43.625,75 | € 106.212,18 |
| 17 | € 45.109,64 | € 109.608,66 |
| 18 | € 46.593,49 | € 113.005,13 |
| 19 | € 48.077,38 | € 116.401,75 |
| 20 | € 49.561,26 | € 119.798,22 |
Stap 4: het bedrag
- Inkomen gelijk aan of lager dan de minimumgrens, of helemaal geen inkomen: de volledige studietoelage.
- Inkomen tussen de minimumgrens en de maximumgrens: een gedeeltelijke studietoelage, berekend met deze formule: [(maximumgrens − referentie-inkomen) ÷ (maximumgrens − minimumgrens)] × volledige toelage (op kot of niet op kot). Het resultaat wordt afgerond op twee cijfers na de komma. Is het lager dan de minimumtoelage, dan krijgt u toch de minimumtoelage.
- Inkomen gelijk aan de maximumgrens: de minimumtoelage.
- Inkomen boven de maximumgrens: geen studietoelage. Ligt het gezinsinkomen maar beperkt boven de maximumgrens (in 2026-2027 hoogstens € 4.081 erboven), dan betaalt u wel het bijna-beurstarief als studiegeld.
- Uitzonderlijke studietoelage: als het gezinsinkomen lager is dan of gelijk aan 1/10 van de maximumgrens én voor minstens 70% bestaat uit alimentatiegelden, een leefloon, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap of vervangingsinkomsten (zoals werkloosheids- of ziekte-uitkeringen).
Krijgt u een studietoelage, dan betaalt u ook het laagste studiegeld (het beurstarief) aan uw hogeschool of universiteit.
Stap 5: uw studiepunten
- De bedragen gelden voor 60 studiepunten. U kunt meer studiepunten opnemen, maar krijgt een studietoelage voor hoogstens 60 toelagegerechtigde studiepunten per academiejaar.
- Om in aanmerking te komen, neemt u minstens 54 studiepunten op, tenzij een uitzondering geldt.
- Bij minder studiepunten wordt het bedrag verrekend. Kotstudent: 30% van het bedrag blijft, de overige 70% wordt vermenigvuldigd met het aantal toelagegerechtigde studiepunten en gedeeld door 60. Niet-kotstudent: 20% blijft, de overige 80% wordt zo verrekend.
- Houd rekening met het krediet dat u nog overhebt: hebt u minder studiepunten op uw krediet dan in uw studietraject, dan krijgt u een studietoelage voor het aantal studiepunten dat u nog overhebt.
- Zijn minder dan 27 studiepunten toelagegerechtigd, dan wordt eerst gerekend alsof het er 60 zijn. Is het resultaat de minimumtoelage, dan blijft het daarbij; anders wordt het bedrag vermenigvuldigd met het aantal toelagegerechtigde studiepunten en gedeeld door 60.
Twee voorbeelden van vlaanderen.be (2026-2027)
Een gescheiden vader met 3 kinderen (kleuter - cursist graduaat Basisverpleegkunde - student hoger onderwijs). De leefeenheid telt 3 punten: maximumgrens € 49.482,95, minimumgrens € 24.319,78. Het inkomen is € 24.700,38 en ligt tussen de twee grenzen. Het kind dat hoger onderwijs volgt, gaat op kot en schrijft zich in voor 60 studiepunten: [(49.482,95 − 24.700,38) ÷ (49.482,95 − 24.319,78)] × 5.311,19 = € 5.230,86.
Een alleenstaande vrouw met 3 kinderen (leerling lager onderwijs - leerling secundair onderwijs - student hoger onderwijs). De leefeenheid telt 5 punten: minimumgrens € 27.303,22. Het inkomen is € 23.269,86, lager dan de minimumgrens: de student krijgt de volledige studietoelage voor een niet-kotstudent, € 3.187,74.
Wie komt in aanmerking in 2026-2027?
Vanaf academiejaar 2026-2027 gelden twee extra voorwaarden voor een studietoelage:
- Een voltijds studietraject: u bent ingeschreven voor 54 studiepunten of meer. Die voorwaarde geldt niet in uw diplomajaar. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld als u in het tweede semester start met minstens 27 studiepunten, of als uw universiteit of hogeschool erkent dat u door de structuur van uw opleiding niet voor 54 studiepunten kunt inschrijven.
- Jonger dan 30 jaar op 31 december van het kalenderjaar waarin het academiejaar start. Wie geboren is in 1996 of eerder, is op 31 december 2026 al 30 jaar of ouder en komt niet meer in aanmerking. Een uitzondering kan als u door bijzondere omstandigheden of overmacht vóór uw 30ste geen hoger onderwijs kon starten en afronden; dat moet u zelf aantonen.
Voor het Groeipakket van een student verandert dat niets: daarvoor blijft de grens 27 studiepunten.
Aanvragen en uitbetaling
U kunt een studietoelage aanvragen vanaf 2 juni van het jaar waarin het academiejaar begint, tot en met 1 juni van het jaar waarin het eindigt. Is uw dossier voor 2026-2027 goedgekeurd, dan krijgt u de studietoelage binnen enkele weken op het rekeningnummer dat u in uw studentenprofiel in het digitaal loket hebt ingegeven. Voor academiejaar 2025-2026 of eerder kan het enkele maanden duren.
Voor leerlingen in het kleuter-, lager en secundair onderwijs bestaat de schooltoeslag van het Groeipakket.